Conceptwetsvoorstel tot wijziging van de Aanbestedingswet 2012

Datum: April 14, 2015
Categorie: Algemeen inkoopnieuws
Auteur: CBP

Vrijdag 3 april 2015 is het conceptwetsvoorstel tot wijziging van de Aanbestedingswet 2012 gepubliceerd. Dit conceptwetsvoorstel dient ter implementatie van de herziene Europese aanbestedingsrichtlijnen voor overheidsopdrachten (richtlijn 2014/24/EU), voor speciale sectoropdrachten (richtlijn 2014/25/EU) en de concessierichtlijn (richtlijn 2014/23/EU).

De belangrijkste wijzigingen zijn:

Innovatiepartnerschap
Deze nieuwe procedure creëert ruimte voor innovatie en duurzaamheid. Een aanbestedende dienst kan de procedure van het innovatiepartnerschap toepassen voor een overheidsopdracht die is gericht op de ontwikkeling en aanschaf van een innovatief product of werk of een innovatieve dienst welke niet reeds op de markt beschikbaar is.

Voorschrijven keurmerk
De huidige wet- en regelgeving biedt geen ruimte tot het voorschrijven van een keurmerk, in het conceptvoorstel is dit wel mogelijk. Wel dient gelijkwaardigheid te worden toegestaan.

Drie ‘smaken’ EMVI
De opdracht kan gegund worden op basis van:
• beste prijs-kwaliteitverhouding;
• laagste kosten op basis van kosteneffectiviteit (TCO), en
• laagste prijs.
Voor de tweede en derde optie geldt overigens (nog steeds) een motiveringsplicht.

Meer flexibiliteit
In de situatie waarin de openbare of niet-openbare procedure waarschijnlijk niet tot een bevredigend aanbestedingsresultaat zal leiden, krijgt de aanbestedende dienst de mogelijkheid om de mededingingsprocedure met onderhandeling of de concurrentiegerichte dialoog toe te passen.

Elektronisch aanbesteden
De verplichting tot elektronisch aanbesteden houdt in dat alle communicatie en informatie-uitwisseling tussen aanbestedende dienst en ondernemers vanaf 18 april 2016 elektronisch plaats vindt. Wel is de aanbestedende dienst vrij in de keuze voor een aanbestedingsplatform.

Belangenverstrengeling
Aanbestedende diensten moeten ‘passende maatregelen’ nemen ter voorkoming van belangenconflicten door bijvoorbeeld een interne regeling op te stellen.

Past Performance
Er is een facultatieve uitsluitingsgrond toegevoegd dat indien er sprake was van aanzienlijke of voortdurende tekortkomingen in de uitvoering van een eerdere overheidsopdracht een partij uitgesloten zou kunnen worden.

Onderscheid 2A /2B diensten vervalt
Voor diensten genoemd in Bijlage XIV van Richtlijn 2014/24/EU geldt een vrijstelling tot EUR 750.000. Boven dit bedrag dient een procedure voor sociale en andere specifieke diensten plaats te vinden inclusief (Europese) (voor)aankondiging. Dit betekent dat diensten zoals groenonderhoud, inhuur/detachering e.d. niet langer onder het verlichte aanbestedingsregime vallen.
Zie pagina 229/230: http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32014L0024&from=NL

Kader voor concessieopdrachten
Voor concessies is een aparte regeling in het leven geroepen. Hierin wordt bepaald dat het de aanbestedende dienst vrij staat om naar eigen inzicht een procedure te organiseren, mits de algemene beginselen worden gerespecteerd. Voor concessieopdrachten met een geraamde waarde boven de Europese drempelbedragen geldt voorts in beginsel de verplichting een aankondiging te plaatsen. De looptijd van een concessie bedraagt maximaal vijf jaar, dan wel de periode waarin de investering valt terug te verdienen.


Consultatieversie - Wetsvoorstel Aw 2015:
http://www.internetconsultatie.nl/implementatiewetaanbestedingsrichtlijnen/document/1589

Memorie van Toelichting - Wetsvoorstel Aw 2015:
http://www.internetconsultatie.nl/implementatiewetaanbestedingsrichtlijnen/document/1579