Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Datum: January 17, 2014
Categorie: Algemeen inkoopnieuws
Auteur: CBP, Naomi van 't Hof

De decentralisatie van AWBZ-taken naar gemeenten vraagt om een wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De verantwoordelijkheid voor een deel van de langdurige (zorg)ondersteuning die nu nog valt onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) wordt overgeheveld naar gemeenten. Afgelopen dinsdag (14 januari) heeft het kabinet het wetsontwerp voor de Wmo 2015 naar de Tweede Kamer gestuurd.

De Raad van State heeft een advies gegeven over het wetsvoorstel waaruit blijkt dat zij van oordeel is dat het wetsvoorstel nader overwogen dient te worden.

De Raad van State

Met het wetsvoorstel wordt getracht een omslag in denken en doen te bewerkstelligen bij zowel de overheid als de burger. Een burger komt alleen voor een (maatwerk)voorziening in aanmerking als hij niet op eigen kracht met hulp van personen uit het sociale netwerk, mantelzorgers of met gebruikmaking van algemene voorzieningen, in staat is tot participatie en zelfredzaamheid. Echter in het wetsvoorstel is niet gekozen voor een integrale overgang van de extramurale langdurige zorg naar gemeenten. De persoonlijke verzorging wordt samen met de thuisverpleging, overgeheveld naar de Zorgverzekeringswet. Hiermee beperkt de overheveling van taken vanuit de AWBZ naar de Wmo 2015 zich tot begeleiding.

Ook wordt de huidige compensatieplicht voor gemeenten vervangen door een stelsel van algemene en maatwerkvoorzieningen. Daarnaast wordt zowel voor de nieuwe onderdelen van het wetsvoorstel als voor de bestaande huishoudelijke verzorging een aanzienlijke bezuiniging gerealiseerd.

De Raad van State stelt vast dat het wetsvoorstel een eerste bijdrage levert aan het beheersen van de ontwikkeling van de collectieve uitgaven aan langdurige zorg. Integraliteit van taken is voor deze opzet een belangrijke voorwaarde om tot een betere en efficiëntere dienstverlening te komen. Met de overheveling van de persoonlijke verzorging naar de Zorgverzekeringswet wordt de beoogde omslag in denken en doen beperkt. Daardoor blijft voor dit deel de opwaartse druk van de zorguitgaven bestaan. Verder is onzeker of diegenen die (blijvend) zijn aangewezen op deze zorg, deze ook (toereikend) zullen blijven krijgen. De beoogde integraliteit van taken in het sociale domein wordt zowel inhoudelijk als financiëel beperkt. Bovendien bestaat het risico van nieuwe afbakeningsproblemen tussen de Zorgverzekeringswet en de Wmo 2015.

Ook bij het hoge tempo waarin de decentralisatie moet worden gerealiseerd en de wettelijke verplichting voor gemeenten om samen te werken stelt de Raad van State vraagtekens. Daarnaast roepen de voorwaarden en de procedure om voor de voorzieningen in aanmerking te komen en de veelheid van instanties die zich met kwaliteitseisen bezig houden vragen op.

Het wetsvoorstel

Het kabinet heeft het ingediende wetsvoorstel naar aanleiding van het advies dan ook op enkele onderdelen, voornamelijk in de toelichting op het voorstel, aangepast. Enkele punten worden hieronder benoemd.

Zo heeft het kabinet nader toegelicht waarom gekozen is voor het onderbrengen van enkele taken uit de AWBZ bij de Zorgverzekeringswet. Ook in de Zorgverzekeringswet is een omslag gaande. Door de persoonlijke verzorging en verpleging in de zorgverzekering onder te brengen wordt immers de eerstelijnszorg versterkt. Dat leidt ertoe dat ook mensen die verzorging nodig hebben langer thuis kunnen blijven wonen, waarmee duurdere zorg wordt voorkomen. Daarbij wordt ook hier een bezuiniging doorgevoerd waardoor er ook een financiële prikkel wordt gegeven. De bekostiging zal zo worden ingericht dat een prikkel ontstaat voor ‘ontzorgen’ en het vergroten van de zelfredzaamheid. Daarnaast benadrukt het kabinet dat de regeling de inhoud en omvang van het verzekerde basispakket bepalen en zorgverzekeraars een zorgplicht hebben. In de toelichting bij het wetsvoorstel wordt aangegeven hoe aanspraak op zorg in de wijk wordt verankerd in aanspraken op de Zorgverzekeringswet en in welke gevallen ondersteuning onder de Wmo 2015 valt.

Ten aanzien van het tempo waarin de decentralisatie gerealiseerd wordt geeft de regering aan dat zij er samen met de VNG van overtuigd is dat de invoeringstermijn realistisch is. Gemeenten ontvangen ook extra budget om de transitie zorgvuldig en de omslag geleidelijk uit te voeren. Daarnaast wijst het kabinet op het gegeven dat er vanaf 2016 structureel extra budget wordt toegevoegd aan bestaande beschikbare middelen en de wijkverpleegkundige als spil in het web fungeert voor een optimale samenwerking tussen de verschillende partijen. Alhoewel het kabinet van mening is dat de Raad van State terecht wijst op dat een samenwerkingsverplichting van gemeenten niet noodzakelijk is, handhaaft zij deze bepaling wel. In de toelichting op het wetsvoorstel is nu opgenomen dat dit als een stok achter de deur moet worden gezien voor situaties waarin het nodig is wanneer blijkt dat cliënten niet op een effectieve en doelmatige manier worden geholpen.

Voor de inhoud van het ingediende wetsvoorstel en de memorie van toelichting.