Wmo biedt gemeenten geen ruimte voor heffen van een besparingsbijdrage

Datum: December 29, 2011
Categorie: Algemeen inkoopnieuws
Auteur: CBP, Naomi van 't Hof

De Centrale Raad van Beroep (hoogste rechter op het gebied van sociale bestuursrecht - CRvB) heeft onlangs geoordeeld dat de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) geen ruimte biedt om van de aanvrager - buiten de in de wet geregelde eigen bijdrage om - een ‘besparingsbijdrage’ te vragen bij het verstrekken van een hulpmiddel zoals een scootmobiel (LJN: BU7263).

Gemeentelijke verordening

In de gemeentelijke Verordening maatschappelijke ondersteuning (Verordening) heeft de gemeente een definitie gegeven voor besparingsbijdrage: ‘een door de aanvrager te betalen bijdrage, gelijk aan het bedrag dat ten gevolge van de verstrekking van een voorziening door de aanvrager wordt bespaard omdat deze verstrekte voorziening (deels) een algemeen gebruikelijke voorziening vervangt of kan vervangen’. Tevens bepaalt de Verordening dat indien een individuele voorziening mede inhoudt een algemeen gebruikelijke voorziening, dat voor de verstrekking van de voorziening wordt bepaald welke besparingsbijdrage de aanvrager moet betalen voor het gedeelte waarvoor de voorziening als algemeen gebruikelijk kan worden aangemerkt. In deze situatie oordeelde de gemeente dat de scootmobiel een algemeen gebruikelijke voorziening - een fiets - verving. Een fiets is naar de mening van de gemeente een algemeen gebruikelijke voorziening, die de betrokkene zelf moet betalen.

Wettelijk kader Wmo

Met de rechtbank is de CRvB van oordeel dat uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever vindt dat de gemeenten tot op zekere hoogte vrijheid moeten hebben bij het bepalen van de hoogte van de in de wet geregelde eigen bijdrage bij de verstrekking van een feitelijk hulpmiddel, zoals een scootmobiel. De wetgever wil echter niet dat de gemeenten - los van deze wettelijke eigen bijdrage - nog een eigen gemeentelijk inkomensbeleid gaan voeren. Het inkomensbeleid wordt op rijksniveau georganiseerd. Wanneer meerdere bestuurslagen zich hiermee bezig houden kunnen ongewenste effecten optreden, zoals de armoedeval. Daarom mag de gemeente naast of in plaats van de wettelijk geregelde eigen bijdrage in de Wmo niet ook nog een extra bijdrage vragen. De Wmo bepaald dat de gemeente bij het bepalen van de voorzieningen rekening met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager, alsmede met de capaciteit van de aanvrager om uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien.

Uitspraak CRvB

Voor een besparingsbijdrage is geen ruimte, omdat de wetgever het voeren van een inkomensbeleid niet wil. Het feit dat de besparingsbijdrage zijn grondslag vindt in het algemeen gebruikelijk zijn van het bezit van een fiets, doet hier niets aan af. De uitsluitingsgrond ‘algemeen gebruikelijk’ kan in het kader van de Wmo slechts zien op de in aanmerking komende voorziening en kan geen grondslag bieden voor een bijdrage in verband met een mogelijke besparing van kosten van een andere, wel algemeen gebruikelijke voorziening.

De gemeente mag in deze situatie naar het oordeel van de CRvB niet in de plaats van de wettelijk geregelde eigen bijdrage een besparingsbijdrage vragen.